gehele verslag van bijeenkomst 28 april jl

GOVERNANCE & INTEGRITY

Postadres : Radarweg 29, 1043 NX Amsterdam

Secretariaat : Marga Lamers E-mail : m.lamers@gi-nederland.com Telefoon : 088 – 7000 400

Contactpersoon : Eloy Weterings E-mail : e.weterings@gi-nederland.com

Datum : 30-4-2018

Governance & Integrity | 088 – 700 0400 | www.gi-nederland.com

3
1. Inleiding

Aanwezigen gemeente Nederweert: Leden van de gemeenteraad en MT Aanwezigen Governance & Integrity: Frans Gereadts, Eloy Weterings en Monique Wijlhuizen

Frans Gereadts leidt de training in door stil te staan bij de vraag hoe een raadslid in zijn vertegenwoordigende rol zich verhoudt tot integriteit en moraliteit. Als raadslid vertegenwoordig je de burger, maar representeer je ook de overheid. Hoe ga je hiermee om? Hoe kom je tot besluiten die zuiver en moreel juist zijn? Een gemeenteraad is geen organisatie, je bent als raadslid niet ergens in dienst, je hebt geen baas. De gemeenteraad is op lokaal niveau wel de hoogste autoriteit waar het gaat om het vertegenwoordigen van burgers. Bovendien heb je niet zelf in de hand of je de volgende keer weer zitting mag nemen in de raad. Er is dan ook veel verloop, bijvoorbeeld in vergelijking met de ambtenarij. Dit kan het werken aan integriteit in de politiek bemoeilijken en het legt een groter verantwoordelijkheid bij de raadsleden zelf.

1.1 De Nederlandse integriteit Als we het over integriteit hebben dan mogen we vaststellen dat de Nederlandse overheid, op lokaal en landelijk niveau, zeer integer is. Internationale onderzoeken laten dit keer op keer zien. Vergelijk het integriteitsniveau maar eens met dat van België, Italië, de VS, Roemenië of Thailand. De Scandinavische landen, Zwitserland en Nieuw Zeeland zitten op een vergelijkbaar niveau als Nederland. Wat heeft deze ‘kopgroep’ van landen met elkaar gemeen? De landen kennen een democratische rechtstaat, er is vrije pers, ze zijn niet ‘te’ arm en ze zijn allemaal protestants. Alle protestantse samenlevingen kennen een integere overheid. Katholieke samenlevingen leggen het hier tegen af. Hoe komt dat? Het protestantisme kenmerkt zich door het ontwikkelen van een streng en individueel geweten. Ben je katholiek dan zitten er tussen jou en God nog allerlei lagen. Ben je protestants dan sta je in rechtstreekse verbinding tot God. Het protestantisme is daarom strenger van leer, kent een grotere waardering voor het politieke ambt en voor de ontwikkeling van het geweten. In Nederland bestaat het verschil tussen protestantse en katholieke regio’s op het gebied van integriteit overigens niet meer. De integriteit is overal van een hoog niveau. Dit is het gevolg van de verzuiling, het geloof is niet langer een dominante factor. Wel is het imago rond integriteit in het zuiden van Nederland slechter. Het zuiden kampt met een imagoprobleem dat dus feitelijk niet meer strookt met de werkelijkheid, maar puur het gevolg is van de loop van de geschiedenis. Het gevolg is dat er juist in het zuiden de laatste jaren hard gewerkt is op het gebied van integriteit. Het zuiden loopt nu voorop. De Nederlandse overheid mag met meer overtuiging uitspreken dat het een hoog integriteitsniveau kent en dat politici geen zakkenvullers zijn die continu over de schreef gaan. Als vertegenwoordiger moet je je realiseren dat er door de beslissingen die je neemt altijd iemand benadeelt zal worden. Mensen die besluiten om de politiek in te gaan doen dit maar om één reden en dat is dat ze iets willen betekenen voor de gemeenschap. Integer handelen betekent dat je beslissingen neemt die voor iedereen goed zijn, voor de hele gemeenschap en dat je op een weloverwogen manier tot besluitvorming komt. Bovendien hou je daarbij oog voor het coalitieprogramma. Als je daarnaast voorkomt dat je integriteitsschendingen pleegt dan handel je integer. Het voorkomen van schendingen is dus niet voldoende, het gaat ook om morele besluitvorming.

Governance & Integrity | 088 – 700 0400 | www.gi-nederland.com

4
Besteed je als overheid meer aandacht aan integriteit dan is het onoverkomelijk dat er meer schendingen aan het licht komen, maar dat wil niet zeggen dat de overheid minder integer is. Wel hoort de burger vaker van integriteitsschendingen. Het is juist een verdienste van de overheid wanneer er meer schendingen aan het licht komen en media zouden dit punt sterker mogen benadrukken. Waar we ons bewust van moeten zijn is dat er altijd grensgevallen zullen zijn, Brunssum demonstreert dat. Waar de ene deskundige zegt dat er wel een schendig is gepleegd, terwijl een andere deskundige dit tegenspreekt. Hoe ga je hiermee om? Begeef je, je in zo’n situatie, twijfel je of iets wel of niet mag, dan is het advies om het niet te doen.

1.2 Een goede maat voor het moreel juiste Frans gaat na deze inleiding over integriteit in op wat een juiste maat is om te beoordelen of een handeling moreel juist is of niet. Hoe weet je of dat wat je doet in overeenstemming is met de gerechtigheid?

In reactie op de vraag worden de volgende dingen door de groep geopperd: • Als ik iets eerlijk en oprecht doe. Frans: “dus als ik eerlijk en oprecht steel dan handel ik moreel juist?” Eerlijk en oprecht handelen betekent vooral dat je eerlijk en oprecht bent naar jezelf en anderen, het zegt niets over moreel juist handelen. Als maat voldoet het dus niet. • Als ik iets doe wat ik eigenlijk niet wil of durf te vertellen aan anderen. Frans: “op deze manier fungeert het feit dat je iets niet wil vertellen als een soort waarschuwingsmechanisme, ook dit zegt ons echter niets over waarom iets moreel verkeerd is. Ook deze maat voldoet niet. • Als ik op straat mijn beslissing kan uitleggen. Frans: “ook hier gaat het meer om een waarschuwingssysteem, waarbij het ditmaal om een typische politieke variant gaat. Het probleem is echter dat mensen achter de meest vreselijke dingen kunnen staan. Ook deze maat valt dus af. • Als ik in lijn handel met mijn gevoel, met mijn geweten. Frans: “hier kom ik zo op terug.” • Frans: “als je ‘gewone burgers’ vraagt naar een maat voor het moreel juiste dan zeggen ze dat je moreel juist handelt wanneer je, je eigen normen en waarden, de normen en waarden van de organisatie of groep, of de normen en waarden van de samenleving als toetssteen gebruikt. Ook dit klopt niet. Frans laat dit zien aan de hand van drie voorbeelden. Hoe verhoudt het in lijn handelen met je eigen normen en waarden zich tot het gedrag van een seriemoordenaar? Hoe verhoudt het in lijn handelen met de normen en waarden van de groep zich tot het handelen van een maffialid? Hoe verhoudt het in lijn handelen met de normen en waarden van de samenleving zich tot het handelen van Duitsland in het jaar 1938? • Normen en waarden laten vooral zien wat als normaal gezien wordt. Wat normaal geacht wordt, maar het zegt niets over het moreel juiste. Iets kan normaal zijn, maar volkomen moreel onjuist. Het normale verschilt bovendien per land, per groep, per persoon. Het moreel juiste is daarentegen ‘absoluut’. We kunnen proberen objectief vast te stellen of iemand in overeenstemming handelt met de gerechtigheid. • Frans keert nu terug naar het geweten als maat voor het moreel juiste. Het geweten is onze belangrijkste emotionele waarschuwingssysteem. Sommige handelen triggeren ons schuldgevoel. Dit zijn handelingen waar iemand met opzet benadeeld is of wordt. Het bewust benadelen van je eigen kind roept het grootste schuldgevoel op, daarna volgt het bewust benadelen van je ouders, daarna het benadelen van je partner. Het geweten is ook geen goede maat omdat je als raadslid

Governance & Integrity | 088 – 700 0400 | www.gi-nederland.com

5
continue schade toebrengt aan anderen/aan burgers. In dat geval kunnen we de landelijke en lokale overheid wel opdoeken. Soms is het schaden van iemand toch moreel juist, omdat de schade die je anders toebrengt aan een derde persoon nog zwaarder weegt. • Als raadslid werk je met het geweld- en belastingmonopolie; je bent voortdurend bezig schaars geld te verdelen en met de dreiging van geweld dwing je burgers tot bepaald gedrag. Dit brengt voor raadsleden een grote verantwoordelijkheid met zich, namelijk dat je zorgvuldig omgaat met beide monopolies. Het geweten is vooral een snelle manier om een diagnose te stellen, het werkt sneller dan ons verstand, maar het schiet tekort. De diagnose is altijd te simpel. Denk aan het voorbeeld van verliefdheid. Wat verteld verliefdheid ons? Verliefdheid is een selectiemechanisme. Het selecteert personen voor ons uit, waardoor we denken: dat is iemand die mij gelukkig kan maken. Maar de mensen waarop we verliefd worden maken ons niet altijd gelukkig. Je moet ook altijd je verstand gebruiken om dit te kunnen beoordelen. • Wat is de moreel juiste maat dan wel? Als een handeling recht doet aan de ander is die moreel juist. De kern hiervan is altijd een weging. En de ander staat voor ‘anderen’, omdat er altijd meerdere betrokkenen zijn. Je moet een weging maken waarin je die allemaal meeneemt. • Deze maat is echter nog te abstract en behoeft operationalisering. We komen dan tot de volgende definitie: een handeling is moreel juist als er voldoende rekening is gehouden met de rechten, belangen en wensen van alle betrokkenen. Een definitie die nauw aansluit bij het werk van een politicus, waarbij je ook constant de belangen van verschillende mensen tegen elkaar afweegt. • Het gaat om alle betrokkenen en dus niet enkel om ‘jouw’ kiezers. Het gaat bovendien niet enkel om de burgers van Nederweert, maar ook om de burgers van buurgemeenten. Stel dat je als raad moet besluiten over het openen van een zwembad dan dien je daarbij in overweging te nemen dat er in een buurgemeente als twee zwembaden zijn. Bij het verlenen van een vergunning aan een nieuwe supermarkt moet je ook meewegen wat die beslissing betekent voor de middenstand van de buurtgemeente. • Feitelijk ben je gekozen door burgers uit Nederweert, moreel gesproken vertegenwoordig je echter alle burgers. Je moet met alle wereldburgers rekening houden. Stel er wil een schip vol met gif aanleggen in de haven van Amsterdam en de wethouder uit Amsterdam wil dit niet, want dan moet het schip ook in de haven van Amsterdam schoongemaakt worden, met alle milieu en gezondheidsconsequenties van dien. Dus hij verhindert dit en het schip wijkt uiteindelijk uit naar Zuid Afrika waar ze de faciliteiten om het schip schoon te maken ontberen en er als gevolg veel mensen sterven. Als wethouder van Amsterdam heb je ook een morele verantwoordelijkheid richting hen, ook al kunnen ze niet op je stemmen. Je moet hun rechten, belangen en wensen meenemen in je morele afweging. • Het is belangrijk dat we ons realiseren dat rechten een groter gewicht in de schaal leggen dan belangen en belangen een groter gewicht dan wensen. • In het woord ‘voldoende’ lijkt een soort ontsnapping te zitten, maar dat is niet zo. Voldoende rekening houden met betekent in het geval van rechten dat je er volledig rekening mee houdt en dat bij belangen het utiliteitsprincipe geldt (het maximale doen voor de grootst mogelijke groep). Bij wensen geldt dit principe ook. • Wensen zijn ook belangen, maar ze zijn van een bepaalde soort. Feitelijk zijn er drie algemene geluks-belangen te onderscheiden: vrijheid, rijkdom en geluk. Iedereen streeft hiernaar en alle andere wensen kun je hieronder scharen. Geluk is hierbinnen nog een ondergeschoven kindje. Daarom hebben we wensen expliciet in de definitie meegenomen. Geluks-belangen spelen

Governance & Integrity | 088 – 700 0400 | www.gi-nederland.com

6
immers wel degelijk een rol spelen in het leven van mensen en motiveren mensen dingen wel of niet te doen. Geluks-belangen, het streven naar geluk, is iets wat we pas vrij recent kennen. Dit komt omdat je pas naar geluk kan streven als er sprake is van een bepaalde mate van vrijheid en rijkdom. Onze grootouders waren hier niet mee bezig, zij waren vooral bezig met overleven. Wij stellen nu de eis aan een huwelijk dat beide partners er gelukkig door worden, vroeger had het huwelijk een andere betekenis. Geluks-belangen zijn dus net zo legitiem. Je zal zien dat we gelukswensen in de toekomt niet meer expliciet als zodanig hoeven te benoemen omdat ze dan onder de gewone belangen vallen.

Frans licht kort de zeven stappen toe om tot een moreel juiste handeling te komen.

1. Voor welke beslissing of keuze sta ik? Beschrijf de situatie. Wat lijkt moreel juist? 2. Welke betrokkenen hebben rechten, belangen of wensen die geraakt worden door de te nemen beslissing? 3. Wie neemt de beslissing? 4. Heb ik nadere informatie nodig om mijn beslissing op een verantwoorde wijze te kunnen nemen? (Word je op tijd en op een zorgvuldige manier als raad geïnformeerd?) 5. Wat zijn de argumenten? 6. Tot welke conclusie kom ik en kan ik op één of andere manier de schade beperken? 7. Ik peil bij mezelf wat ik voel bij de genomen beslissing?

2. Aan de slag met de drie casussen

2.1 Dossier randweg Deze casus doen we plenair.

Achtergrondinformatie: • De provincie leent zich er niet voor om enkel de oorspronkelijke variant af tikken. Ze willen een alternatief. Provinciale Staten (PS) wil een variant naast de huidige provinciale weg. • Allebei de varianten moeten volgens de provincie uitgewerkt en uitgezocht worden. • De raad betaald 5 miljoen, regionale gebiedsontwikkeling legt ook 5 miljoen in en de provincie 10 miljoen. • Wat vraagt de provincie precies? • Feitelijk wil de provincie de beslissing nemen. Ze hebben formeel ook beslissingsrecht. • De raad moet richting PS een advies afgeven. • Het financiële plaatje van beide varianten zal door PS sterk worden meegewogen. • Verder vraagt PS van de raad om de verbeteringen van de provinciale weg (variant 2) inzichtelijk te maken. Hoe komen de verbeteringen eruit te zien? • Er komt kortom een smaak bij naast de randweg-variant (1). Dit kan het oplossen van de knelpunten zijn van de provinciale weg, maar ook een heel nieuw tracé veronderstellen. • Sommige partijen hebben hun keus al gemaakt, andere wachten nog op het onderzoek van de provincie. • Als raad heb je de morele plicht een beslissing te nemen, daar ben je voor aangesteld. Je moet

Governance & Integrity | 088 – 700 0400 | www.gi-nederland.com

7
met andere woorden een advies afgeven. • Er zijn geen partijen die bij voorbaat – in hun programma – al voor de randweg-variant kiezen. Er zijn echter wel partijen die bij voorbaat al voor de knelpunt-variant kiezen. • Vraag: willen jullie een coalitie waarin partijen zitten die voor de randweg-variant kiezen en partijen die de mogelijkheid open willen houden en pas na het onderzoek een besluit willen nemen? • Er bestaat geen onenigheid over de notie dat er in het onderzoek naar de nieuwe variant goed wordt gekeken naar de knelpunten. • De beslissing luidt: gaan we de randweg afmaken of gaan we de knelpunten van de provinciale weg oplossen? • We kunnen hier als raad echter pas een weloverwogen besluit over nemen wanneer het onderzoek naar de knelpunten is afgerond. Er ontbreekt nu nog teveel informatie. • Vooruitlopen op het besluit kunnen we al wel onderzoeken of het moreel juist is om in het coalitieakkoord vast te leggen of het de knelpunt-variant (2) wordt of dat we deze beslissing open laten tot na het onderzoek. Opdat elke partij vrij is om eigenstandig een besluit te nemen.

Stap 1 – Welke beslissing of keuze staan we? “Leggen we in het coalitieakkoord vast dat we voor de knelpunt-variant (2) gaan of laten we elke partij vrij om na het onderzoek, nadat beide varianten bekend zijn, eigenstandig een besluit nemen?”

Iedereen schrijft nu voor zichzelf op voor welke beslissing hij of zij op dit moment gaat en wat het grootste bezwaar tegen zijn of haar beslissing is. Waarbij men de volgende formulering gebruikt • Ik wil dat in het coalitieakkoord vastgelegd wordt dat we voor de knelpunt-variant gaan, dat is moreel juist, ondanks.. • Ik wil dat het een vrije kwestie wordt, dat is moreel juist, ondanks..

Uit de inventarisatieronde blijkt dat er in overgrote meerderheid voor de ‘vrije kwestie variant’ gekozen is. Dit wil echter nog niet zeggen dat dit ook het moreel juiste is om te doen, het zegt echter wel iets over de coalitieonderhandelingen.

Stap 2 – Wie zijn allemaal betrokken? Wie worden er geraakt door de te nemen beslissing? Wederom schrijft iedereen dit eerst voor zichzelf op. Uit de inventarisatie komen de volgende betrokkenen naar voren: • Alle inwoners van de gemeente Nederweert en de inwoners uit andere kernen (Bunschop), • De omwonenden van beide varianten • Andere overheden • Provincie als ambtelijk apparaat en als politiek orgaan • De verschillende lokale fracties (en hun achterban: wat wil de achterban? Heb je in de campagne beloftes gedaan?) • De gemeenteraad van Nederweert • Bedrijven in de gemeente • Toekomstige inwoners • Gebruikers van de weg • Potentiele opdrachtgevers, zowel voor het doen van nieuw onderzoek als voor de uitwerking van

Governance & Integrity | 088 – 700 0400 | www.gi-nederland.com

8
beide varianten • De ambtelijke organisatie die nu al bezig is met het doen van onderzoek

Bij overheidsbeslissingen zijn vaak veel betrokkenen in het spel, dat zie je hier ook. Daarom sta je als vertegenwoordiger vaak voor lastige beslissingen.

Stap 3 – Wie neemt de beslissing? De partijen die besluiten deel te nemen aan de coalitie nemen de beslissing. Uiteindelijk betekent dit dat de individuele raadsleden van de coalitie de beslissing nemen en dus ‘ik’.

Stap 4 – Hebben we nadere informatie nodig om tot een weloverwogen besluit te kunnen komen? • Hoe lang duurt het voor de twee varianten zijn onderzocht en uitgewerkt? • Wat betekent het als we besluiten dat het een vrije kwestie wordt? Dat betekent concreet dat de coalitie niet valt als er verschil van mening bestaat tussen de coalitie partijen over het te nemen besluit. De coalitie blijft dan bestaan. We zeggen als het ware toe dat we dit zullen verdragen. • Stel er is een coalitiepartij die in haar programma heeft staan dat er geen randweg komt en bij de stemming blijkt dat er in de coalitie in meerderheid ingestemd wordt met de randweg-variant. Wat dan? De partij in kwestie kan dan nog steeds tegen de randweg-variant stemmen. De consequentie is dan dat er verschil van mening is in de coalitie. Vervolgens is het de vraag hoe zwaar dit punt voor de partij in kwestie weegt. Is het een breekpunt? Is het zo’n belangrijk punt dat de partij enkel een coalitie mogelijk wil maken die net als zij geen randweg wil? Of weegt dit minder zwaar en wil de partij dat de coalitie blijft bestaan.

Stap 5 – Wat zijn de argumenten? Wederom schrijven de aanwezigen dit eerst voor zichzelf op, daarna volgt een plenaire inventarisatie.

Hoe maak je dit nu meetbaar? Je hebt gevolgen-argumenten en beginselen argumenten. Bij gevolgenargumenten probeer je te voorzien wat de gevolgen van een handeling zijn voor alle betrokkenen. Je kijkt ‘naar voren’. Beginselargumenten hebben een andere structuur. Als je dit doet schendt je dit beginsel, doe je het niet dan schendt je het beginsel niet. Je kijkt naar ‘boven’. Beginselen-argumenten horen altijd te winnen van gevolgen-argumenten. Waarom? Terug naar vanochtend. Je hebt rechten, belangen en wensen waar je rekening mee moet houden. Rechten hebben een groter gewicht. Gevolgen-argumenten vaak over belangen. Beginselen-argumenten formuleren de handelingsverplichtingen die voortkomen uit de rechten van mensen en die wegen zwaarder, altijd. Middels het concept van rechten hebben we minima gedefinieerd. Hebben we geformuleerd wat we van belang achten. Bijvoorbeeld in relatie tot vrijheid, rijkdom en geluk. Puur omdat ik mens ben heb ik recht op bepaalde minima. Het algemeen belang mag winnen van het individuele belang, maar het algemene belang mag nooit winnen van individuele rechten. Ook als het voor een grote groep heel veel oplevert. We streven er allemaal naar dat de BV Nederland zo rijk mogelijk wordt, maar de rechten, de minima van individuen, mogen daar nooit ondergeschikt aan zijn.

Governance & Integrity | 088 – 700 0400 | www.gi-nederland.com

9

Argumenten die ervoor pleiten om in het coalitie akkoord vast te leggen dat het een vrije kwestie wordt:

Argumenten die ervoor pleiten om in het coalitie akkoord vast te leggen dat het de knelpunt variant wordt: Duidelijkheid naar alle belanghebbenden Hier zit een beginselkant aan, namelijk dat je de burger altijd in de gelegenheid moet stellen om zich goed te kunnen informeren. Je bent met andere woorden verplicht duidelijkheid te scheppen. Omdat het hier echter vooral gaat om de snelheid waarop je duidelijkheid verschaft is het toch een gevolgen-argument Het versnelt de procedure waardoor we eerder aan de slag kunnen Gevolgen-argument
Zorgt voor stabiliteit in de coalitie Beginsel-argument, het gaat hier om de continuïteit van het bestuur. Mensen hebben recht op een stabiel bestuur. Je weet echter niet of dit ook daadwerkelijk zo is. Mogelijk zorgt de andere variant wel voor meer stabiliteit? We besparen onderzoekskosten Gevolgen-argument Dit betekent dat de randweg-variant er niet komt Gevolgen-argument Het zorgt voor rust in de gemeenschap Gevolgen-argument De overheid kan deze beslissing nu meenemen bij andere besluiten Gevolgen-argument Het staat in het partijprogramma (bij 1 partij) Dit is voor de bewuste partij een beginselargument. Immers: als mensen hierdoor op mij stemmen en ik laat het punt vallen dan pleeg ik kiezersbedrog.

Stap 6 – Tot welke conclusie kom ik? Voor die partijen die niet expliciet in hun programma hebben opgenomen dat ze geen randweg willen dient het beginsel van zorgvuldige besluitvorming hier de doorslag te geven. Voor hen is de kwestie duidelijk. Immers, het bewaren van de stabiliteit in de coalitie speelt aan beide kanten, en het argument om duidelijkheid te verschaffen is uiteindelijk een gevolgen-argument. De moreel juiste keuze is in dit
We kennen nu nog niet alle in’s and out’s van de knelpunt-variant
Feit
Je houdt daarmee alles nog open Gevolgen-argumenten: iedereen houdt zijn handen vrij Je kunt als beoogde coalitie verder met dossiers waar je elkaar al wel kan vinden Gevolgen-argument Hierdoor wordt een zorgvuldigere besluitvorming mogelijk Beginsel-argument Je kan als partij nog steeds laten zien wat jou standpunt is Beginsel argument

Governance & Integrity | 088 – 700 0400 | www.gi-nederland.com

10
geval de vrije-kwestie-variant. Wel volgen hier enkele verplichtingen uit waarmee de schade beperkt kan worden, namelijk dat er geprobeerd wordt om de stabiliteit van de coalitie te versterken en dat er over het genomen besluit zo helder mogelijk naar burgers en bedrijven wordt gecommuniceerd. Er ontstaat immers met deze variant voorlopig nog geen duidelijkheid voor hen.

Voor wat betreft de partij die in zijn programma heeft opgenomen geen randweg te willen ligt het anders. Die dient zich in de eerste plaats af te vragen of zij ervan overtuigd is dat de huidige situatie, zelfs zonder het aanpakken van de knelpunten, de beste optie is. In dat geval blijft de provinciale weg dus onveranderd. Het onderzoek van de provincie zal in deze situatie geen invloed hebben op het genomen besluit, het zal de steun voor deze variant alleen maar vergroten, omdat het aanpakken van de knelpunten van de provinciale weg de variant tot een nog betere optie maakt. In dit geval is er al aan zorgvuldige besluitvorming gedaan en valt dit argument dus weg. Vanuit moreel oogpunt is een keus voor de knelpunt-variant dan goed te verdedigen. Vervolgens ligt de vraag op tafel of de partij in kwestie er een breekpunt van wil maken. Het staat immers in het verkiezingsprogramma en als je dit loslaat pleeg je kiezersbedrog. Dus dit punt tot breekpunt maken is te verdedigen. Ben je echter van mening dat er programmapunten zijn die belangrijker zijn dan dit specifieke punt, dan kan je er ook voor kiezen om er geen breekpunt van te maken maar het punt tegen een ander programmapunt uit te ruilen. Ben je er niet van overtuigd dat de knelpunt-variant bij voorbaat de beste optie is en dat het daarom waardevol is om het onderzoek van de provincie af te wachten, dan moet ook hier het argument van zorgvuldige besluitvorming winnen, de doorslag geven.

2.2 Dossier Centrumplan Het begin van de casus doen we plenair, daarna uiteen in twee groepen.

Achtergrondinformatie: • Plan met een lange historie. Het bezoekersaantal naar het centrum moet omhoog, er zijn nu enkele knelpunten in het centrum die dit belemmeren. Supermarkten spelen hierin een belangrijke rol. Het gaat daarnaast over verkeer en huisvesting. • De verdeeldheid/pijn zit vooral rond het verplaatsen van de supermarkt bij de Lambertushof. De senioren die hier wonen zullen hierdoor een grotere afstand moeten afleggen voor hun dagelijkse boodschappen. Ook bestaat de angst dat de bezoekersaantallen af zullen nemen. • Er komt uiteindelijk een compacter centrum, met de hoop op meer bezoekers. • De nieuwe bestemming voor de ‘nieuwe’ supermarkt is nu nog geen winkelbestemming. De raad moet toestemming geven om de gymnastiekhal tot winkelpand te ontwikkelen. Hiervoor moet het bestemmingsplan gewijzigd worden. Temeer er op deze plek ook sociale huurwoningen gerealiseerd zullen gaan worden. • Je moet echter eerst een plan hebben om een bestemmingsplan te kunnen aanpassen. • Wordt de supermarkt niet verplaats naar de gymnastieklocatie dan komen er ook geen woning voor de onderkant samenleving, terwijl daar wel grote behoefte naar is. • De crux is dat er door de verkiezingen en de komst van een nieuwe raad een nieuwe werkelijkheid is ontstaan en er mogelijk een meerderheid bestaat die het niet eens is met het besluit van de vorige raad/coalitie. • De beslissing luidt: ga je akkoord met de bestemmingswijziging van de vorige coalitie?

Governance & Integrity | 088 – 700 0400 | www.gi-nederland.com

11
Stap 1 – Welk besluit ligt er voor? “Stem je voor wijziging van het bestemmingsplan of stem je hier tegen?”

De groep gaat nu uiteen in twee subgroepen. Als we weer bijeenkomen blijkt dat de aanwezigen in meerderheid voor het wijzigen van het bestemmingsplan hebben gekozen.

Stap 2 – Wie zijn de betrokkenen? • De vereniging van Eigenaren van het Lambertushof • De winkeliers op beide locaties • Het winkelpubliek in Nederweert en uit andere kernen • De winkeliers (primair en secundair) • Omwonenden, de senioren van het Lambertushof in het bijzonder • Consumenten • Woningzoekenden • De initiatiefnemers/projectontwikkelaars • De gemeenteraad, het college, de verschillende fracties, de provincie • Buurgemeenten • De supermarkt eigenaren

Stap 3 – Wie neemt de beslissing? Ik als raadslid. Het wordt voorgelegd aan de raad en jij stemt.

Stap 4 – Meer info nodig? • Wat zijn de schadeclaims als we het niet doen? Hoe hoog zijn die? • Hoe ziet het totale plan eruit: inclusief infrastructuur en openbare ruimte plannen? • Klopt het financieel?

Stap 5 – Wat zijn de argumenten?

Argumenten die vóór wijziging bestemmingsplan pleiten: Geen schadeclaims of veel minder Gevolgen-argument Toekomstbestendig Gevolgen-argument Extra sociale huurwoningen, nu tekort Gevolgen-argument, er zit een beginselkant aan maar dat gaat alleen op als er in de omgeving ook geen sociale huurwoningen zijn. Je hebt geen recht op een sociale huurwoning in Nederweert. Minder leegstand Gevolgen-argument Meer parkeerplekken Gevolgen-argument Betrouwbare overheid, je bent allerlei contracten aangegaan Beginsel-argument Leefbare kern/levendige kern Gevolgen-argument, maar zit ook een geluk beginsel-argument in. Iedereen heeft recht op een levendig centrum. We spreken dit nu nog

Governance & Integrity | 088 – 700 0400 | www.gi-nederland.com

12
niet zo expliciet uit, in toekomst wel.
Als je het nu aanpakt dan is er subsidie voor, financiële toekenning
Gevolgen-argument
Nakomen contracten/eerdere afspraken Continuïteit van bestuurderslijn
Beginsel-argument
Duidelijkheid voor alle ondernemers Hier zit een beginselkant aan, namelijk dat je de burger altijd in de gelegenheid moet stellen om zich goed te kunnen informeren. Je bent met andere woorden verplicht duidelijkheid te scheppen. Omdat het hier echter vooral gaat om de snelheid waarop je duidelijkheid verschaft is het toch een gevolgen-argument Zorgvuldige besluitvorming Beginsel-argument. Dit argument verwijst naar het beginselargument over de betrouwbare overheid. Argumenten die tegen wijziging bestemmingsplan pleiten: Afstand senioren neemt toe tot winkels neemt toe Gevolgen-argument Vastgoed eigenaren woningen Gevolgen-argument Wij houden ons anders niet aan de structuurvisie Beginsel-argument, raakt aan betrouwbare overheid. Als winkelier stem je je beleid af op het plan van de structuurvisie. Gemeente zegt te streven naar de ontwikkeling van de twee polen. Supermarkten spelen daarin een belangrijke rol. Echter is de werkelijkheid een andere, winkels moeten zich steeds meer concentreren om nog toekomstbestendig te zijn. Dus je wijkt als het ware al af van de structuurvisie omdat je door de werkelijkheid bent ingehaald en dit moet je ook als zodanig communiceren. Groen ontbreekt Gevolgen-argument, zit ook een geluk beginselargument in, in de toekomst Tegen hoofdbouw sociale woningen Gevolgen-argument, zit ook een geluk beginselargument in, gaat over schoonheid Stel verkeersoverlast neemt toe/mogelijk ongewenste verkeerstromen in de toekomst Gevolgen-argument Stel bereikbaarheid wordt slechter Gevolgen-argument Mogelijk negatieve impact voor andere supermarkten Gevolgen-argument In toekomst minder supermarkten Gevolgen-argument Mogelijk leegloop Lambertushof Gevolgen-argument Kans alternatieve supermarkt in noord nihil Gevolgen-argument Mogelijk nieuwe plannen Gevolgen-argument

Governance & Integrity | 088 – 700 0400 | www.gi-nederland.com

13
Stap 6 – Tot welke conclusie kom ik? Bij deze casus staan er twee beginsel-argumenten tegenover elkaar die sterk met elkaar samenhangen: de betrouwbaarheid van de overheid – en of we ons wel of niet houden aan de structuurvisie. Je mag als nieuwe raad op een door de vorige raad genomen besluit terugkomen. Het is dan wel van belang dat je hier heel goed over communiceert naar burgers en bedrijven. Waarom doe je dat? En je moet leren leven met de schadeclaims die volgen. Je kan alleen een besluit terugdraaien wanneer je kan claimen dat de meerderheid van de partijen een duidelijk mandaat van de kiezer heeft gekregen om het besluit terug te draaien. Als dit zo is behoudt je als overheid tevens je betrouwbaarheid. Het gaat bij deze casus vooral om de voorwaarden die je kan stellen als raad op het gebied van groen, hoogbouw, bereikbaarheid en verkeersoverlast. Je moet er als raad vooral op dit punt met elkaar zien uit te komen. Derhalve is stap 4 in deze casus zo cruciaal. “We stellen een aantal eisen aan het totaalplan, in termen van bereikbaarheid, groen, verkeersoverlast, groen en hoogbouw.” Verder is het cruciaal dat je richting de middenstand duidelijk communiceert wat je gaat doen. Ze hebben recht op helderheid als je van de structuurvisie afwijkt.

Nb. Het morele oordeel is altijd voorlopig. Het kan zijn dat iemand over drie weken met een argument komt dat zo zwaar weegt dat je je weging moet veranderen, opnieuw moet doen.

2.3 Dossier Buitengebied Nb. omdat dit dossier zoveel omvat is het niet mogelijk er één vraag/besluit uit te distilleren tijdens de bijeenkomst. Daarom worden plenair de belangrijkste aspecten en argumenten besproken. Hieronder een weergave van dat gesprek.

• Wat deze casus ingewikkeld maakt is dat er verschillende rechten (minima) spelen die ook nog met elkaar in conflict zijn. Het is een cruciale vraag om helder te krijgen welke minima (en van wie) er nu geschonden worden. Zijn dat de rechten van boeren/agrariërs? Zijn dat de rechten van omwonenden, in termen van gezondheid en overlast? Zijn dat de rechten van dieren? Of gaat het om een combinatie? Uiteindelijk moet je toe naar een situatie waarin aan de rechten van alle betrokkenen (mens en dier) recht wordt gedaan. Ben je op dit moment gedwongen om een recht te schenden, dan brengt dit de verplichting met zich mee om de huidige situatie zodanig te veranderen opdat je dat in de toekomst niet meer hoeft te doen. • Doordat we bepaald hebben dat kippen moeten kunnen scharrelen, hebben we een fijn stof probleem gecreëerd. Echter hebben de dieren die we houden recht op bepaalde minima, recht op een bepaalde levenskwaliteit. Vroeger overschreden we deze minima massaal. Daar komen we nu gelukkig op terug, maar dat schept wel een fijn stof probleem en mogelijk ook een gezondheidsprobleem. • Je bent moreel verplicht om de schade aan individuele belangen zo klein mogelijk te houden. Hoe lang geef je agrariërs de tijd om hun bedrijfsvoering aan te passen? Je kan als overheid niet om het jaar met andere eisen richting de agrariërs komen. Zij hebben recht op helderheid. Je moet derhalve een pad ontwikkelen dat voor de bedrijfstak redelijkerwijs te realiseren is. • Dit betekent dat je moet nadenken over duurzame oplossingen. Dat is de enige weg. Jullie hebben als gehele raad en met elkaar de verantwoordelijkheid om tot duurzame oplossingen voor alle betrokkenen te komen: omwonenden, ondernemers en dieren. • Julie hebben een ‘koploper’ verantwoordelijkheid. Daarom is het goed dat dit als een majeur programma wordt benadert.

Governance & Integrity | 088 – 700 0400 | www.gi-nederland.com

14
• Wil je hierin voorop lopen dan moet je de gemeenschap meenemen, er moet consensus over bestaan in de gemeenschap. • Het was agrariërs lange tijd toegestaan om rechten/minima te schenden. Het was legaal en normaal. Wel was het ook toen al moreel verkeerd en kan je het hen in die zin ook kwalijk nemen. Nu we onder ogen zien dat de rechten van dieren beschermd moeten en ook kunnen worden, zal het schenden van die rechten illegaal worden. Er zullen onherroepelijk regels voor komen. Daar moet je je als ondernemer van bewust zijn. De keus is dan: loop ik op deze ontwikkeling vooruit, omdat dit moreel juist is, maar ook omdat het een kwestie van tijd is, of wacht ik af? Het gaat in die zin ook om een innovatie-vraag. Hoe kun je op zo’n manier ondernemen opdat de rechten van dieren niet worden geschonden? Denk aan een stal waarin de fijn-stof nul is, het dierenwelzijn hoog, er weinig gebruik gemaakt wordt van antibiotica en er een goed rendement te verdienen valt voor ondernemers. Hoe kunnen wij als Nederweert dit soort innovatie omarmen? Innovaties die slecht aan één van de minima voldoen hebben niet de toekomst. • Dit is overduidelijk een gemeenschapskwestie: hier moet je als gemeenschap uit zien te komen. • Met het oog op de coalitie-onderhandeling kun je voorspellen dat er dus allemaal rechten tegenover elkaar staan die met elkaar in conflict zijn. • Door er een majeur programma van te maken hebben jullie een eerste stap gezet. De volgende stap is waar willen we nu echt naartoe? Waar willen we over 50 jaar zijn? Je kan als raad een voorlopers-rol spelen. In die zin is dit dossier voor de coalitie bespreking een uiterste vruchtbaar dossier

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *